Als je al hartpatiënt bent vóórdat je in de overgang komt. Interview met cardioloog Janneke Wittekoek en gynaecoloog Dorenda van Dijken

links: dr Dorenda van Dijken/ rechts: dr Janneke Wittekoek

Als je al hartpatiënt bent vóórdat je in de overgang komt

Tijdens de overgang zorgen hormonale schommelingen voor een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Het is daarom belangrijk dat vrouwen dan een gezonde leefstijl aanhouden én dat ze alert zijn op signalen die kunnen wijzen op hart- en vaatziekten. En net zo belangrijk is het dat artsen hier alert op zijn. Het H3-netwerk is opgericht om de samenwerking op het gebied van vrouwenzorg te verbeteren. H3 staat voor Hoofd, Hart en Hormonen. We spraken met cardioloog Janneke Wittekoek en gynaecoloog Dorenda van Dijken over de relatie tussen hart en hormonen. Daarbij focussen we ons op vrouwen die al hartpatiënt zijn vóórdat ze in de overgang komen. Maar we beginnen eerst met een korte uitleg over de relatie tussen hormonale schommelingen en hartklachten.

Hormonale schommelingen en hartklachten

Als vrouw heb je te maken met veel schommelingen in hormonen: tijdens de menstruatiecyclus, de zwangerschap of in de overgang. In dit artikel gaan we in op de hormoonschommelingen die tijdens de overgang ontstaan. Die zijn namelijk van invloed op het ontstaan van hart- en vaatziekten.

Oestrogenen zijn vrouwelijke hormonen. Deze hormonen beschermen de vaatwand. Daardoor is de vaatwand minder vatbaar voor schade door hoge bloeddruk of een hoog cholesterol. Oestrogenen hebben invloed op diverse stofwisselingsfactoren, zoals cholesterolwaarden, ontstekingswaarden en bloedstolling. Ze hebben dus eigenlijk een beschermende werking.

Echter, tijdens de overgang neemt de aanmaak van oestrogeen af. Hiermee verdwijnt ook de beschermende werking van oestrogeen. Daardoor kunnen de bloeddruk en het cholesterol stijgen. Ook kunnen vrouwen overgewicht of diabetes krijgen door verandering van hun stofwisseling en afname van hun spiermassa. Dit zijn allemaal risico’s voor hart- en vaatziekten. Na de overgang verloopt ook het proces van aderverkalking sneller dan bij mannen, waardoor vrouwen extra in het nadeel zijn.

 

Hoe zit het bij vrouwen die al hartpatiënt zijn vóórdat ze in de overgang komen?

Vrouwen die de overgangsleeftijd naderen, moeten extra alert zijn op signalen die duiden op een hartziekte. Niet voor niets hamert cardioloog Janneke Wittekoek altijd op ‘Ken-je-getallen’[1]. Maar hoe zit het bij vrouwen die al hartpatiënt zijn vóórdat ze in de overgang komen? Zijn die getallen voor hen anders dan voor niet-hartpatiënten? En kunnen zij verwachten dat hun hartklachten gaan veranderen? We stelden onze vragen aan Janneke Wittekoek en Dorenda van Dijken.

[1] Ken je bloeddruk (120/80 mmHg), gezond gewicht, (BMI‹25), cholesterol (de 5-3-1-regel, die inhoudt dat je totale cholesterol onder de 5 moet blijven, je LDL onder de 3 en je HDL bóven de 1mmol/l), en bloedsuiker (>5), bloedsuiker (<5), beweging (dagelijks 30 minuten), ontspanning (8 uur slaap), voeding (250 gram groenten en 2 stuks fruit per dag), drink zo min mogelijk alcohol en vooral: stop met roken (=0).

Het Interview

Gelden er voor hartpatiënten andere getallen dan voor niet-hartpatiënten als ze in de overgang komen?

Janneke Wittekoek: “‘Ken-je-getallen’ geldt voor iedereen, ongeacht hartproblemen. Wel is het zo dat je, afhankelijk van wat het hartprobleem is, strengere afkapwaarden hanteert. Een voorbeeld is het LDL cholesterol. In de algemene populatie streef je naar een LDL cholesterolgehalte onder de 3 mmol/L. Heb je een obstructief hartinfarct gehad, dan is de streefwaarde van het LDL < 1,8 mmol/L. En zo zijn er meer voorbeelden waarbij de streefwaarden voor de ‘normale’ populatie worden aangepast, afhankelijk van de cardiale voorgeschiedenis en het klachtenpatroon. Het blijft maatwerk.”

Wat is er al bekend over de invloed van hormonale schommelingen op bestaande hartaandoeningen? Is hier een verschil in tussen ‘gezonde’ vrouwen en vrouwen met een hartaandoening?

Janneke Wittekoek: “Een hartaandoening is een heel breed begrip en het is daarom belangrijk om dat te nuanceren. Hormonale wisselingen hebben een invloed op de vaatdysfunctie, het hartritme en risicofactoren. Als je al een hartaandoening hebt, moet ik weten welke aandoening je hebt. Afhankelijk van de klachten waar je mee kampt, kun je kijken naar de mogelijke rol van hormonen daarin. Pas dan kun je gericht adviseren en/of behandelen.”

Dorenda van Dijken: “We weten wel dat warmteklachten, zoals opvliegers en nachtzweten, in het algemeen een verhoogd risico zijn voor hart en bloedvaten. Voor zover bekend lijkt er geen verschil te zijn met andere vrouwen (niet-hartpatiënten). Maar theoretisch kun je je voorstellen dat het een groter risico kan zijn voor vrouwen met slechtere vaten. En mogelijk ervaren vrouwen met een hartaandoening wel eerder of meer stress. Dat heeft dan te maken met het eerder gehad hebben van een hartaandoening; bij veel vrouwen geeft dat meer stress (niet bij allemaal overigens).”

“Het blijft maatwerk.”

Door afname van oestrogeen hebben vrouwen een groter risico op de ‘klassieke’ verkalking/vernauwing in de kransslagaders. Maar als je dit al vóór de overgang hebt, wordt de kans op nieuwe vernauwingen tijdens de overgang dan groter?

Janneke Wittekoek: “Ja dat kan, als door de overgang de risicofactoren verder verslechteren. Dan wordt het risico hoger. Dus opnieuw: ken-je-getallen. En als die met of zonder hartprobleem verslechteren, moeten ze aangepakt worden. Wellicht moet de medicatie worden aangepast. De overgang is een levensfase waarbij risicofactoren veranderen. Die moet je dus extra goed in de gaten houden.”

Bij coronaire vaatdysfunctie[1] is er vaak een relatie tussen het klachtenpatroon en de menstruatiecyclus. Wat kunnen patiënten met CVD verwachten als ze in de overgang komen?

Janneke Wittekoek: “Als er duidelijk cyclusgerelateerde klachten zijn, kan dat veranderen in de overgang. Soms ten goede, soms ten slechte. Dat is individueel bepaald.”

Kunnen ze verwachten dat hun klachten erger worden?

Janneke Wittekoek: “Dat hoeft dus niet. Dat is sterk afhankelijk van of het lukt om alle risicofactoren (ook het gewicht!) goed op orde te houden of te krijgen.”

[1] Coronaire vaatdysfunctie is een aandoening waarbij er geen géén vernauwing in de kransslagaderen is, maar waarbij patiënten wél serieuze klachten hebben, zoals pijn op de borst, kortademigheid of extreme vermoeidheid. In het verleden werd dit ook vaak CMD of MCD genoemd. Zie voor een uitleg: https://hetvrouwenhartspreekt.nl/coronaire-vaatdysfunctie/

“De overgang is een levensfase waarbij risicofactoren veranderen. Die moet je dus extra goed in de gaten houden.”

De overgang kan ook het hartritme beïnvloeden. Als je al hartritmestoornissen hebt, en je ervaart een toename van je klachten, hoe kun je dan weten of die toename het gevolg is van de hartziekte of van de overgang?

Janneke Wittekoek: “Daar kun je alleen achter komen door een hartonderzoek te doen. Het begint al bij zoiets eenvoudigs als de bloeddruk. Als die niet goed behandeld wordt, kunnen overgangsklachten verergeren. Maar bij een toename van hartklachten is onderzoek ALTIJD aangewezen om te kijken of die klachten voortkomen uit een ‘ziek’(er) hart’, of dat het een reactie is van iets anders (overgang) op een gezond of cardiologisch stabiel hart.”

Stel, een vrouwelijke hartpatiënte die de overgangsleeftijd nadert, ervaart een verandering in haar ‘normale’ hartklachtenpatroon. Bij welke arts kan zij het beste terecht: huisarts, gynaecoloog, cardioloog, overgangsconsulent?

Dorenda van Dijken: “Bij voorkeur bij een cardioloog die een netwerk heeft met een gynaecoloog en eventueel een andere specialist.”

In hoeverre wordt er samengewerkt tussen behandelend artsen bij klachten die zowel hart- als overgangsklachten kunnen zijn?

Dorenda van Dijken: “Dat gebeurt nog te weinig. We doen het wel in het OLVG, dat is het juist het doel van het H3-netwerk.”

Wat kunnen vrouwelijke hartpatiënten doen om overgangsklachten te verminderen, naast de leefstijladviezen die aan ‘gezonde’ vrouwen gegeven worden?

Dorenda van Dijken: “Er is eigenlijk geen verschil met de adviezen aan ‘gezonde’ vrouwen: let op je voeding (vooral plantaardig), leefstijl (niet roken, geen alcohol, koffie, thee met theïne etc.). Zorg voor goede slaap, beweging en vermijd stress als het kan.

Kun je hormoontherapie adviseren om de klachten te verminderen?

Is hormoontherapie geschikt voor mensen die al hartproblemen hebben? Of wordt het voor bepaalde aandoeningen afgeraden?

Dorenda van Dijken: “Ja dat kan, afhankelijk van de hartaandoening. En altijd in overleg met de cardioloog. En dan alleen transdermaal[1] en bio identiek[2]. Hormoontherapie wordt afgeraden aan vrouwen eerder een hartaandoening hebben gehad. Of bij vrouwen die al meer dan tien jaar voorbij de overgang zijn, want die hebben juist meer kans op een hart- of vaataandoening, omdat hun vaten al verslechterd zijn. Bij vrouwen die al bloedverdunners gebruiken zou het wel kunnen. Maar altijd dus in overleg. Het is belangrijk om gezamenlijk de voor- en nadelen tegen elkaar af te wegen.”

Janneke Wittekoek: “Ook hier geldt het bekijken van het gehele risicoprofiel en dat gaat verder dan alleen klachten. Wel kun je zeggen dat het hebben van heftige overgangsklachten een risicofactor is voor hart- en vaatziekten, dus dat kan een reden zijn om te starten met hormoontherapie. Het is maatwerk en je moet kijken naar de hele levensloop van de patiënte; haar klachten en risico’s. Precision medicine is waar we voor gaan!”

Van een hormoonspiraal wordt vaak gezegd dat het de overgangsklachten vermindert. Is het een advies voor hartpatiënten om zo’n spiraaltje te laten zetten?

Dorenda van Dijken: “Nee, dat is echt totale onzin. Een hormoonspiraal doet alleen wat op hevige bloedingsklachten en niet op overgangsklachten. Het bevat namelijk een lokaal progestageen[3], terwijl juist het tekort aan oestrogeen de klachten geeft.”

[1] Transdermale geneesmiddelen worden op de huid aangebracht, maar hebben hun werking niet op of in de huid. De huid fungeert als transportmiddel voor de werkzame stof die meestal in de vorm van een pleister, soms als een gel of spray, daarop wordt aangebracht.
[2] Bio-identieke hormonen zijn hormonen die dezelfde (identieke) chemische samenstelling hebben als hormonen die door het lichaam zelf worden maakt. Dit in tegenstelling tot synthetische hormonen die lijken op de hormonen die van nature door het lichaam zelf worden gemaakt, maar het dus niet zijn.
[3] Progesteron is het hormoon dat ervoor zorgt dat er geen eitje rijpt en vrijkomt.

Wat kunnen jullie verder nog adviseren aan hartpatiënten die in de overgang komen?

Janneke Wittekoek: “Dorenda en ik geven hier beiden hetzelfde advies. Ken-je-getallen. Let op je gewicht, eet gezond, beweeg voldoende en zorg voor goede slaap. Ook stoppen met alcohol doet wonderen bij overgangsklachten. En als je veel klachten hebt: zoek hulp.

“Hormoontherapie kan soms toegepast worden, afhankelijk van de hartaandoening. Maar altijd in overleg met de cardioloog.”

Dr. Janneke Wittekoek is cardioloog, gezondheidswetenschapper en ondernemer in de zorg. In 2013 opende zij HeartLife Klinieken in Utrecht, een expertisecentrum voor hart- en gezondheid met speciale aandacht voor preventie en het vrouwenhart. Eerder schreef zij Het Vrouwenhart (2017), Het Vrouwenhart – werkboek (2019), Healthy Heart (2019), Hart & Hormonen (2020), Hart & lopen (2021),De hart/hoofd connectie (2023).

Drs. Dorenda van Dijken is ruim dertig jaar werkzaam als gynaecoloog en verbonden aan het OLVG West in Amsterdam. Ze is tevens docent docent aan de opleiding voor verpleegkundig overgangsconsulenten en ook aan huisartsenopleiders. Verder is zij mede-auteur van Hart&Hormonen(2020), voormalig voorzitter van de Dutch Menopause Society, bestuurslid van de Europese Menopause Society (EMAS) en mede-auteur van diverse NVOG richtlijnen.

In het boek Hart en Hormonen gaan Janneke Wittekoek en Dorenda van Dijken in op de relatie tussen overgangsklachten en hart- en vaatziekten.

https://uitgeverijlucht.nl/boek/hartenhormonen/

Het H3 netwerk

In 2022 werd de Stichting Hoofd Hart Hormonen (H3) Netwerk opgericht door psychiater Sandra Kooij, cardioloog Janneke Wittekoek, en gynaecoloog Dorenda van Dijken. Aanleiding was de ontdekking dat ADHD, hartklachten en hormonale stemmingswisselingen vaak bij dezelfde patiënten voorkomen. De verwachting is dat er vergelijkbare problemen bestaan bij andere psychische klachten. Het H3 netwerk streeft naar meer samenwerking en het opzetten van netwerkzorg tussen zorgprofessionals. Om zo de zorg voor vrouwen te verbeteren.

Voor meer informatie over het H3-netwerk: https://www.h3-netwerk.nl/

Tekst:  Annemiek Hutten | Het Vrouwenhart Spreekt  & Maxine Bosman | Hart in Shape

Share this post

Aankomende evenementen